|
Wat moet een hoortoestel eigenlijk doen? Hij moet het geluid harder maken natuurlijk. Het is grappig, maar een hand achter het oor werkt ook zo. Met een hand achter het oor wordt een deel van het geluid, dat anders langs het oor ging, teruggekaatst in het oor. Het wordt dan luider waargenomen.
Hoorslang Een toeter met de smalle kant in het oor werkt ook zeer efficiënt als versterker. Dat kan zeer eenvoudig nagemaakt worden met een stukje tuinslang en een trechter. Bij de Nederlandse vereniging van Slechthorenden kunt U voor een paar tientjes nog steeds zo'n slang kopen. Dat heet een 'hoorslang'.
Kasttoestel Het gebeurt niet zo veel meer, maar het kasttoestel wordt nog steeds voorgeschreven. Bij het kasttoestel wordt de versterker op de kleren gedragen (body-worn zoals de Engelsen zeggen) en het oortelefoontje is daar met een snoertje aan verbonden. Het kasttoestel kan zeer veel geluid versterken zonder dat het geheel gaat rondzingen (piepen).Een hoortoestel gaat namelijk piepen als het versterkte geluid de kans krijgt bij het microfoontje te komen. En bij een kasttoestel is dat lastiger dan bij een klein toestel. Alleen zeer ernstig slechthorenden gebruiken het nog wel eens.
Hoortoestellen achter het oor (AHO's) Het meest voorkomend is het toestel dat als een klein banaantje achter het oor hangt. Ze worden ook wel 'oorhanger' genoemd. In vaktaal worden ze ook wel AHO (Achter-Het-Oor) genoemd.
Boven in het toestel zit een microfoontje zo groot als een speldeknop. Dit vangt het geluid op. Als het toestel het geluid versterkt heeft, geeft hij het geluid weer af via een luidsprekertje dat vervolgens door een slangetje naar het oor geleid wordt. Omdat dat slangetje niet uitzichzelf de hele dag goed in het oor blijft zitten en ook omdat het toestel anders snel van het oor kukelt wordt er een plastic houdertje bij gemaakt dat speciaal voor het oor op maat is gemaakt. Dat houdertje heet 'oorstukje'. Het slangetje kan daar door heen en zo blijft het geheel in het oor zitten. Voor de kosten van AHO-toestellen komt de ziektekostenverzekeraar u tegemoet. Raadpleeg de voorwaarden. In het algemeen is er een categorie toestellen waarvoor u niets hoeft bij te betalen, een categorie waarvoor u een 100 euro moet bijpassen of 300 tot wel 800 euro eigen bijdrage.
Hoortoestellen in het oor (IHO's) Er zijn hoortoestellen die zo klein zijn dat ze geheel in het oor passen of zelfs geheel in de gehoorgang. Ze worden IHO's genoemd, oftewel In-Het-Oor-toestellen. Het is logisch dat dit comfortabel zit en in veel gevallen nauwelijks zichtbaar is. Ze zijn niet minder of beter dan achter het oor toestellen. Wel zijn ze al snel wat duurder, ze zijn wat onvoordeliger in het batterijverbruik en bovendien zijn ze gemiddeld wat sneller defect dan AHO's. Tot slot: bij toepassing bij wat grotere gehoorverliezen gaan ze snel rondzingen. Een Achter-Het-Oor-toestel is dan aangewezen.
Digitale hoortoestellen Digitale toestellen bewerken het geluid op een geheel andere wijze dan gewone (analoge). Ze worden door velen als helderder, natuurlijker ervaren. Maar ook kunnen ze bijgeluid wat beter onderdrukken dan analoge toestellen. Gebruik van mobiele telefoons kan storingvrij met een digitaal hoortoestel, terwijl dat met een analoog toestel in het geheel niet het geval is. Er zijn ook mensen die het nut van digitale hoortoestellen volstrekt niet inzien. Ze zijn er in AHO versie en in IHO versie. De eigen bijdrage ligt altijd rond de 750 euro.
Wat er verder nog op en aan een hoortoestel zit Niet aan de digitale toestellen, maar meestal zit er aan een hoortoestel een volumeknopje om het hard en zacht mee te zetten. En er zit natuurlijk een klepje aan om de batterij in te leggen. Als je een AHO toestel elke dag gebruikt gaat de batterij zo ongeveer een week of drie mee. Bij een IHO ongeveer een week. En tot slot zit er een knopje aan het hoorapparaat om het mee aan en uit te zetten. Op een onzichtbare plek zitten vaak nog een paar schroefjes waarmee je het apparaat anders kan laten klinken, bij steeds meer toestellen gebeurt dat softwarematig met de computer.
Handig of niet? Misschien denkt u nu: goh wat handig toch al die electronische dingetjes. Maar U moet natuurlijk wel bedenken dat er ontzettend veel oudere mensen zijn die niet goed meer horen. En die krijgen dan zo'n priegelding achter hun oor. Omdat hun ogen ook al niet meer zo best zijn kunnen ze het volumeregelaartje en de aan-en-uit-knop en het batterijvakje nauwelijks zien. En oude vingers zijn ook wat minder gevoelig dan jonge vingers, dus even voelen waar het wieltje zit is ook al niet zo gemakkelijk. En dan moeten ze ook nog op de juiste manier het oorstukje in hun oor zien te frunniken. En als dat allemaal zo'n beetje gelukt is, blijkt ook nog dat ze er wel wat beter mee horen, maar dat het toch niet net zo goed is als vroeger. Voor nogal wat oudere mensen is een hoortoestel daarom uiteindelijk toch een beetje een teleurstelling als ze niet van te voren zorgvuldig op de hoogte zijn gesteld van wat zij verwachten mogen.
|