|
De stand van zaken in het onderzoek naar de ziekte van Menière
De ziekte van Menière is een aandoening waarbij drie verschijnselen opvallen. Ten eerste: aanvallen van draaiduizeligheid (vaak met misselijkheid en braken). Daarnaast gehoorverlies (dat meestal aan het ene oor groter is dan aan het andere oor) en oorsuizen. Deze drie verschijnselen worden ook wel 'de drie-eenheid van Menière' genoemd. Opmerkelijk is dat de ziekte eigenlijk nooit bij kinderen gezien wordt, maar pas optreedt rond de middelbare leeftijd. Bovendien valt op dat de ziekte vaker voorkomt bij mensen met een groot verantwoordelijkheidsgevoel, mensen die hun leven leiden met een grote nauwgezetheid, mensen die thuis en op hun werk hun spullen altijd zeer secuur opbergen, zelden iets kwijt zijn of een verjaardag vergeten. Het zijn ook mensen die zich nogal kunnen ergeren als anderen hun rommel niet opbergen, de planten laten doodgaan, de kasten met vertrouwelijke stukken aan het eind van de dag niet op slot doen en afspraken vergeten of een kwartier te laat komen. Dat bij een bepaalde ziekte een bepaalde karakterschets hoorde is lang raadselachtig geweest.
In het blad 'Horen' van de NVVS, de Ned. Ver. voor Slechthorenden' stond een interessant artikel over het huidige Menière-onderzoek, geleid door Prof. E. J. J. Albers, hoogleraar keel-, neus- en oorheelkunde aan het Academisch Ziekenhuis te Groningen. Hieraan hebben wij het volgende ontleend: Hoewel de ziekte van Menière al sinds de vorige eeuw onderwerp van veel onderzoek is en het al heel lang bekend is, dat het een binnenoorziekte betreft leidde dat tot voor kort niet echt tot meer inzicht in de oorzaken en behandeling van de ziekte. De reden daarvoor ligt in de ontoegankelijkheid van het binnenoor. Het piepkleine orgaan ligt ingebed in een benige structuur en is zodoende nauwelijks bereikbaar. Het weghalen van weefsel zou al snel leiden tot een totale uitval van de functies van het orgaan. Bovendien bevat het binnenoor veel zenuwweefsel, dat de eigenschap heeft slecht te herstellen van beschadigingen. De afgelopen tien jaar hebben zich echter enkele nieuwe ontwikkelingen voorgedaan, die verandering brachten in deze situatie. Ten eerste zijn de meettechnieken enorm verbeterd. De moderne technieken hebben er de afgelopen jaren toe geleid, dat allerlei nieuwe informatie over het functioneren van het binnenoor beschikbaar gekomen is. Een tweede ontwikkeling betreft de verbeterde mogelijkheden. om de vloeistofdruk in het binnenoor te meten. Ten derde zijn er in de moleculaire chemie ontwikkelingen gaande, die in het onderzoek naar Meniere heel bruikbaar zijn.
Vochtophoping Al langer was bekend dat de ziekte van Menière samengaat met een teveel aan binnenoorvloeistof. (Om heel precies te zijn: een teveel aan een zeker bestanddeel van die binnenoorvloeistof). Dankzij de hierboven beschreven nieuwe ontwikkelingen, is er nu meer duidelijkheid over de oorzaak van dat verschijnsel. Volgens de hypothese van professor Albers is die oorzaak tweeledig. Hij spreekt dan ook van het tweefasen hydropsmodel (hydrops: vochtophoping). Hieronder volgt een beschrijving van de beide componenten van het model.
Afwijking in het afvoersysteem A1 in de jaren twintig werd verondersteld, dat het teveel aan binnenoorvloeistof bij de Menière-patiënt een gevolg is van het feit dat de vloeistof niet goed kan worden afgevoerd. Dat leidde in die tijd - en in sommige landen gebeurt dit nog steeds - tot operaties, waarbij werd geprobeerd de afvoer te verbeteren. Inmiddels is bekend dat die operaties geen of zelfs een negatief effect hebben. Niettemin bleef de hypothese van een slecht functionerend afvoerkanaal overeind. Met behulp van CT- en MRI-scan-onderzoeken is nu definitief vastgesteld, dat bij Menière-patiënten het afvoerkanaal in beide oren inderdaad minder goed is aangelegd dan bij andere mensen. De afwijking in het afvoersysteem kan echter nooit de enige oorzaak zijn van Menière. Er zijn namelijk ook mensen met eenzelfde afwijking, die toch geen Menière hebben. Bovendien is de afwijking al aanwezig bij de geboorte, maar manifesteert de ziekte zich meestal pas veel later. Daarom bevat het model van professor Albers nog een tweede component. Behalve van een slechte afvoer van de binnenoor-vloeistof, is er volgens dit model bij Menière ook sprake van een verhoogde aanmaak van de vloeistof.
Overproductie van binnenoor-vloeistof De aanmaak van binnenoorvloeistof wordt gereguleerd door een pompsysteem in het binnenoor. Dit pompsysteem is constant aan het werk om de samenstelling en de hoeveelheid binnenoorvloeistof in stand te houden. De laatste vijf a tien jaar is er veel onderzoek gedaan naar het effect van externe invloeden op dat pompsysteem. Daaruit is gebleken dat de cellen in het pompsysteem zeer gevoelig zijn voor zogenaamde bijnierschorshormonen, die het lichaam produceert. Deze hormonen blijken in staat om het pompsysteem op te jagen. Deze bevinding vormde de sleutel tot de tweede component van het tweefasen hydrops-model. Het pompsysteem zorgt op sommige momenten voor een overproduktie van binnenoorvloeistof als reactie op een verhoogde aanwezigheid van bijnierschorshormonen in het bloed. Die situatie, waarin te veel bijnierschorshormonen door het lichaam worden aangemaakt, kan ontstaan als gevolg van het langdurig functioneren op een (te) hoog spanningsniveau. Een hoog spanningsniveau hebben is beslist niet hetzelfde als overspannen of gestresst zijn. Het kan echter wel samengaan met bepaalde eigenschappen, die vaak aan Menière-mensen worden toegeschreven, zoals het stellen van hoge eisen aan zichzelf en anderen Het zijn vaak om zo te zeggen 'Pietjes-Precies' . Natuurlijk zijn Menière-patiënten niet de enige personen, die af en toe op een hoog spanningsniveau functioneren. Het probleem bij de Menière-patiënt is echter, dat de te veel aangemaakte vloeistof in het binnenoor niet zo gemakkelijk kan worden afgevoerd vanwege het slecht functionerende afvoerkanaal. Deze verminderde afvoer is de zwakke schakel bij Menière-patiënten, waardoor de overproduktie van binnenoorvloeistof bij hen kan leiden tot ziekte. In eerste instantie, als de ziekte zich nog niet zo lang geleden heeft gemanifesteerd, hoeft de verhoogde druk in het binnenoor nog niet tot definitieve beschadigingen te leiden. Het gehoorverlies is dan slechts tijdelijk. Later kan dat anders worden. Door de herhaalde overdruk in het binnenoor kunnen onomkeerbare beschadigingen ontstaan, die tot permanent gehoorverlies kunnen leiden .
Bron: Het Vaggeschip, november 1996 Maandblad voor oog- en oorzaken Secretariaat 023 - 565 33 78 (hier en daar aangevuld door P.T. Kraft, klinisch fysicus-audioloog, voormalig directeur van het ACF)
|