Geluid wordt veroorzaakt door trillingen van de lucht. Als we iemand horen praten komt dat omdat zijn stembanden luchttrillingen veroorzaken. Via de gehoorgang vallen deze luchttrillingen op het trommelvlies, dat hierdoor in beweging komt. Deze bewegingen worden door drie heel kleine botjes (hamer, aambeeld, stijgbeugel) doorgegeven aan het slakkenhuis. De luchttrillingen worden hier omgezet in vloeistoftrillingen.
In het slakkehuis bevindt zich het feitelijke gehoororgaan. Dit orgaan bevat ongeveer 30.000 zintuigcellen. Deze zogenaamde haarcellen zorgen voor de omzetting van de vloeistoftrillingen naar electrische zenuwactiviteit. Deze electrische stroompjes worden op hun beurt door de gehoorzenuw naar de hersenen gevoerd. Pas als ze in de hersenschors aankomen worden we ons bewust van het geluid.